Wenken

Hoe bepaal ik of mijn postzegels ook geld op kan leveren, want ik doe er niks meer mee..

Al jaren neemt Post.nl zichzelf niet serieus meer. Het laatste neoliberale drama zijn de zgn. Persoonlijke zegels met de kop van Mart Smeets, Frans Bauer of André van Duin, welke gewoon via de postbalies te verkrijgen zijn. Dit type zegel zal nauwelijks een meerwaarde dan de frankeerwaarde verkrijgen.

De meeste collecties die ik als taxateur onder ogen krijg, betreft Nederland.

Hieronder staat een lijstje waar ik naar kijk wanneer ik taxeer.

1) Nederland gestempeld. Een gestempelde zegel is altijd meer waard als deze niet is afgeweekt, en nog op de brief/ansicht zit.

2) Alle zegels tot en met 1939 hebben een meerwaarde in zowel gestempelde als ongestempelde conditie. De nieuwe loot in de postzegelhandel is met een vergrootglas zitten staren of er plaatfouten in deze zegels zitten. Een plaatfout is een weglating in het zegelbeeld, waardoor een zegel van 5 eurocent ineens 10 euro gaat kosten, doordat er een speciaalcatalogus Mast van is gedrukt.

3) Postzegelboekjes uit de jaren 30 tot en met 50 zijn sterk in opkomst. Het verschil is dat de tanding van de zegel uitsparingen vertoont, welke beginnende verzamelaars direct beschouwen als beschadigingen. Deze roltandingen worden steeds duurder.

4) Telegraafzegels horen eigenlijk altijd in erbarmelijke staat te zijn wanneer ze zijn afgestempeld. Er zitten ponsgaten door, hele hoeken ontbreken. In de jaren 1970 werd er veel van dit materiaal zóó vervalst, dat een gelijkmatige tanding dikwijls nep is.

5) Postfris naoorlogs tot en met 1959 is sterk in opkomst onder speculanten. De Rembrandtserie 1956 en Zomerzegels staan heden ten dage zeer in belangstelling, alsmede alles boven de nominale frankeerwaarde van 1 gulden.
Kinderzegels van na de oorlog zijn zo massaal aangemaakt, dat zij nimmer een sterrenstatus zullen krijgen.

6) Frankeergeldig zijn alle zegels met een Euro-aanduiding in het zegelbeeld vanaf 2001. Een zegel met fo.85= 0.39 eurocent kunt U gewoon wegplakken, ondanks het guldenteken. 

7) Naoorlogse briefkaarten hebben alleen een meerwaarde wanneer er een reclametekst vermeldt is bij het dagtekenstempel.
 Vooroorlogse briefkaarten verheugen zich in een toenemende belangstelling.

8) First Day Covers 1 tot en met 100 als nummering hebben een stabiele en licht stijgende waarde. Na nummer 101 neemt de waarde aanzienlijk af. 

Vroeger moesten alle FDC onbeschreven verzameld worden, en daarom zijn er ook zoveel nog van over. Tegenwoordig zijn verzamelaars gek van adressen en aantekenstrookjes, en een echt verzonden enveloppe brengt daardoor nu meer op als dezelfde enveloppe in mint-conditie!

8) In Nederland zijn de Legioenvelletjes 1942 de duurste blokken. Een postfris setje heeft dikwijls een inzet op veilingen van rond de 60 euro. Gebruikt leveren ze tegenwoordig meer op, daar alleen nazi-gezinde families ze gebruikten voor post voor kameraden onderling. Overige blokken zien er leuk uit, maar hebben geen echte meerwaarde.

9) Maximumkaarten, eerstedagbladen, provincievelletjes en overige PTT/TNT waardevaste producten is een vorm van speculatie geweest en hebben uiteindelijk de hobby verziekt, want niemand kan Nederland dankzij alle persoonlijke zegels nog compleet krijgen, hetgeen in 1990 nog wel mogelijk was. Op veilingen zie je dan ook altijd collecties Nederland staan, welke eindigen in het jaar 1976. Waarom? Omdat de inbrenger de rest van de zegels heeft gebruikt ter frankering tot en met 31 oktober 2013.

Nederland compleet is tegenwoordig vanaf 1852 tot en met 1976. De komst van de Euro in 2001 heeft zegelwaarden opgeleverd in het zegelbeeld van zowel euro als gulden, en hoewel het een leuk tijdsbeeld geeft, zullen we eerst 50 jaar moeten wachten voordat deze zegels een meerwaarde verkrijgen. 

Het grote buitenland vind ik zelf veel interessanter.

In de jaren 1970 werd heel goedkoop postfris China aangeboden, zo van de havenschepen af. Wie China tussen 1960 en 1975 postfris compleet heeft, zit op een goudmijn. De Chinezen kopen hun cultuur terug! Het kostte destijds 225 gulden om alles compleet te hebben aan de groot grafische zegels, nu betalen handelaren 10.000 euro voor China 1960-1975 compleet.

Het Duitse Rijk (1933-1945) is het voorbeeld van een zegelcollectie die een grotere vraag heeft dan het aanbod. Na 1945 zijn door de woedeuitbarstingen van mensen die het hadden meegemaakt een heleboel collecties de open haard ingegaan om begrijpelijke redenen. Het Rijk wordt steeds duurder om te completeren.

Nederlands-Indië en vooral de Japanse Bezetting is een goede verzameling om apart te verzekeren te zetten. De vraag is groter dan dat er zegels gedrukt zijn.

Vragen over collecties? Ik maak er graag tijd voor vrij. Eric

Adres:

Eric Tulling
Ereprijsstraat 12 a
3053VD Rotterdam
Nederland

Openingstijden: 19:00 - 22.00 uur

Op afspraak is een hoop mogelijk. Gebruikte catalogi o.a. Kooij, Matla, NVPH, Krause-Mishler, Battenberg, Sieg, Zumstein, DNK, Pick, Sears, Scott.